Een herenhuis in de Watergraafsmeer, traditioneel opgedeeld in een beneden- en bovenwoning en gekenmerkt door een beperkte ruimtelijke diversiteit en lichttoetreding is verbouwd tot één moderne stadsvilla.
Om dat te bereiken is het trappenhuis verplaatst naar het centrum van de woning en is ter plaatse van het dak een beeindiging gemaakt met een lichthof. Deze voorziet het hart van de woning royaal van licht en vormt de intermediair tussen alle verblijfsruimtes. Het zicht naar en vanaf het trappenhuis ondersteunt de dynamische ruimtelijke beleving.
De living is ingericht op de 1e etage. Hier geniet men tegelijkertijd van privacy en een maximaal uitzicht voorbij de grenzen van de eigen omkaderde stadstuin.